Rechtstreeks naar kantonrechter na voorzittersuitspraak huurcommissie
Huurder of verhuurder kan na uitspraak van voorzitter huurcommissie rechtstreeks naar kantonrechter zonder eerst verzet bij huurcommissie
Kerngegevens
ECLI-nummer
ECLI:NL:HR:2024:53
Datum uitspraak
19-01-2024
Zaaknummer
23/02504
Rechtsgebied
Civiel recht - Huurrecht
Praktische gevolgen
Huurders en verhuurders hoeven niet eerst in verzet bij huurcommissie
Termijn van 8 weken geldt vanaf voorzittersuitspraak
Laagdrempelige toegang tot rechter behouden
Voorkoming van onnodige procedurele stappen
Volledige Uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:53 Instantie: Hoge Raad Datum uitspraak: 19 januari 2024 Datum publicatie: 19 januari 2024 Zaaknummer: 23/02504 Rechtsgebied: Civiel recht Soort procedure: Prejudiciële beslissing
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER
Nummer: 23/02504 Datum: 19 januari 2024
PREJUDICIËLE BESLISSING in de zaak van: [Verweerder in cassatie], wonende te [plaats], verweerder in cassatie, advocaat: mr. C.M. Radstake te Amsterdam,
tegen
[Eiseres in cassatie], wonende te [plaats], eiseres in cassatie, advocaat: mr. A.H. Peters te Den Haag.
1. Het geding in feitelijke instanties Voor de behandeling van deze zaak in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de uitspraken van de kantonrechter te Amsterdam van 13 juli 2022 en van het gerechtshof Amsterdam van 16 maart 2023.
2. Het geding in cassatie Eiseres heeft tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie ingesteld. De gronden van het cassatieberoep zijn opgenomen in de dupliek. Verweerder heeft verweer gevoerd. De Procureur-Generaal mr. C.H. Brants heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de cassatieklachten 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Eiseres en verweerder zijn partijen bij een huurovereenkomst betreffende een woning. Naar aanleiding van een geschil over de huurprijs hebben zij zich gewend tot de huurcommissie. De voorzitter van de huurcommissie heeft op 4 maart 2021 uitspraak gedaan waarbij hij de huurprijs heeft vastgesteld op € 650,-- per maand.
Eiseres was het oneens met deze uitspraak en heeft op 29 april 2021 een procedure tegen verweerder aangespannen bij de kantonrechter, waarbij zij vorderde vaststelling van de huurprijs op € 850,-- per maand.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat eiseres binnen de termijn van artikel 7:262 lid 3 BW had moeten procederen, maar heeft haar vordering afgewezen omdat zij vond dat eiseres eerst verzet had moeten instellen tegen de uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie voordat zij zich tot de rechter kon wenden.
Het hof heeft dit oordeel vernietigd en de zaak verwezen naar een andere kantonrechter, onder het oordeel dat artikel 7:262 lid 3 BW de mogelijkheid openlaat om na een uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie rechtstreeks naar de rechter te gaan, zonder eerst verzet te hoeven instellen bij de huurcommissie.
3.2. Eiseres klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat na een uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie rechtstreeks kan worden geprocedeerd bij de rechter zonder eerst verzet te moeten instellen bij de huurcommissie.
3.3. De klacht slaagt niet. Voor de beantwoording van de vraag of na een uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie rechtstreeks kan worden geprocedeerd bij de rechter, is van belang hoe artikel 7:262 lid 3 BW moet worden uitgelegd.
Artikel 7:262 lid 3 BW luidt: "Indien binnen acht weken na de dag waarop de uitspraak van de huurcommissie aan partijen is toegezonden een der partijen zich tot de rechter wendt, treedt de uitspraak van de huurcommissie niet in werking."
3.4. De wetgeschiedenis van artikel 7:262 BW toont aan dat de wetgever heeft beoogd de procedure bij de huurcommissie laagdrempelig te houden en de toegang tot de rechter te waarborgen. Een verplicht verzet tegen de uitspraak van de voorzitter zou een extra procedurele stap betekenen die indruist tegen de bedoeling van de wetgever om de procedures eenvoudig en toegankelijk te houden.
3.5. Bovendien biedt artikel 7:262 lid 3 BW geen aanknopingspunt voor het onderscheid tussen uitspraken van de voorzitter en uitspraken van de voltallige huurcommissie wat betreft de mogelijkheid om rechtstreeks naar de rechter te gaan.
3.6. Het hof heeft daarom terecht geoordeeld dat na een uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie rechtstreeks kan worden geprocedeerd bij de rechter, zonder dat eerst verzet hoeft te worden ingesteld bij de huurcommissie.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
Hr 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:53, RvdW 2024/107 (Huurcommissie voorzitter - rechtstreeks naar rechter)
Bron: Hoge Raad, 19-01-2024
Acties
Kernbegrippen
huurcommissievoorzittersuitspraakkantonrechterverzetartikel 7:262 BWtermijn acht wekenhuurprijsverhoging
Juridische disclaimer:
Deze uitleg is bedoeld ter informatie en vervangt geen juridisch advies.
Voor specifieke situaties wordt geadviseerd professioneel juridisch advies in te winnen.
De interpretatie van uitspraken kan complex zijn en afhankelijk van specifieke omstandigheden.
Je brief wordt gegenereerd. Even geduld alstublieft, het genereren kan tot 30 seconden duren.
Je wordt automatisch doorgestuurd naar het documentenoverzicht.